| |
| |
|
|
|
In
elektrische
installaties
komen we de
volgende
eenheden
vaak tegen:
spanning
(U), stroom
(I) en
weerstand
(R). Het
verband
tussen deze
eenheden is
te berekenen
met de Wet
van Ohm.
Deze wet
luidt: Een
lage
spanning
over de
verbruiker
geeft een
kleine
stroom. Een
verbruiker
met een lage
weerstand
geeft
een grotere
stroom dan
een
verbruiker
met een hoge
weerstand. |
|
|
|
de
Wet van Ohm
driehoek |
De Wet van
Ohm kun je
gemakkelijk
in een
driehoek
zetten. In
deze
driehoek zie
je in één
oogopslag
wat je moet
delen of
vermenigvuldigen.
Leg gewoon
je vinger
op de
onbekende en
je ziet wat
je uit moet
rekenen.
|
 |
|
In deze
driehoek
zie je
in één
oogopslag
wat je
moet
delen of
vermenigvuldigen |
|
|
|
Reken
voorbeelden
met de
wet van
Ohm |
|
|
| Formule |
Berekening |
Uitkomst |
| U = I x R |
2A x 6 Ohm |
12 V |
| I = U : R |
12V : 6 Ohm |
2.0 A |
| I = U : R |
12V : 2A |
66 Ohm |
|
|
|
|
|
|
| |