De gebruiksduur
van een batterij
bij een mobiele
zender (zoals
een portofoon,
marifoon of
RC-zender) hangt
sterk af van de
gebruikscyclus:
het zenden zelf
verbruikt
namelijk
aanzienlijk meer
energie dan
alleen luisteren
of stand-by
staan.
Hieronder vind
je de
belangrijkste
factoren die de
batterijduur
beïnvloeden en
hoe
je de rekensom
kunt maken: |
|
|
|
1. De
5-5-90 Regel |
|
Fabrikanten van
zendapparatuur
rekenen vaak met
een standaard
gebruikscyclus
om de accuduur
te specificeren: |
|
|
|
- 5% Zenden: De
zender staat op
vol vermogen.
Dit trekt de
meeste stroom. |
|
- 5% Ontvangen:
Het apparaat
verwerkt
binnenkomende
signalen via de
luidspreker. |
- 90% Stand-by:
Het apparaat
staat aan en
"luistert" op de
achtergrond,
maar voert geen actieve taken uit. |
|
|
|
2.
Factoren die het
verbruik
verhogen |
- Het
zendvermogen,
hoe hoger het
wattage (bijv. 5
Watt vs. 1
Watt), hoe
sneller
de batterij leeg raakt. |
- Functies zoals
GPS, actieve
Bluetooth en de
achtergrondverlichting
van het
scherm verbruiken extra energie als ze aan staan. |
- Extreme kou
vermindert de
effectieve
capaciteit van
de batterij
tijdelijk,
terwijl extreme hitte de levensduur op de lange termijn schaadt. |
|
|
|
3.
Batterijtypes en
hun
eigenschappen |
-
Lithium-ion (Li-ion):
Meest
gebruikelijk.
Gaan vaak een
volledige
werkdag
(8-12 uur) mee en kunnen ongeveer 1000 keer opgeladen worden voordat de
capaciteit merkbaar afneemt. |
-
Nikkel-Metaalhydride
(NiMH):
Worden nog veel
gebruikt in
consumenten-
zenders (zoals AA-batterijen). Ze hebben een hogere zelfontlading dan
Li-ion. |
-
Alkaline:
Handig als
reserve, maar
hebben bij
intensief zenden
vaak de kortste
levensduur omdat ze moeite hebben met hoge piekstromen. |